Inschrijven op de nieuwsbrief

Het leven zelf

Rodaan al Galidi tijdens een optreden in Taylor's University in Kuala Lumpur
Rodaan al Galidi tijdens een optreden in Taylor's University in Kuala Lumpur

Het was de langste afstand die ik ooit overbrugde om gedichten voor te dragen. Maleisië en Indonesië. In 2003 belde iemand mij om gedichten voor te lezen in Maastricht. Toen vroeg ik me af of mijn gedichten het waard waren zo'n afstand af te leggen. Ik vertelde de man wat er in mijn hoofd draaide. Hij lachte en zei dat hij mijn gedichten niet gelezen had om dat te kunnen weten, maar dat hij mij in Perdu had zien optreden en hield van de manier waarop ik voorlas. Een paar jaar later vroeg ik me niet meer af of mijn gedichten het waard waren, maar of de plek waar ik naartoe ging het waard was.

In Maleisië en Indonesië was ik verbaasd hoe het publiek reageerde. Als één lichaam. Op dezelfde seconde. Mensen daar zijn attent. Ze glimlachen altijd en zijn van daaruit klaar voor stilte of gelach.

Eerst waren we in Maleisië. De samenleving daar is geen trein met een machinist die hem leidt, zodat hij niet buiten het harde spoor raakt. De samenleving daar leeft, het is een springende kat, blaffende hond, kraaiende haan, glimlachend mens. Ongelofelijk hoe alle culturen en geloven er met elkaar lachen. Een man van een vertaalorganisatie legde in een paar woorden uit hoe dat kon: 'We gebruiken de goede kant als voorbeeld en discussiëren niet over de slechte kant.' Na vier dagen vlogen we naar Makassar, Indonesië. Voor de eerste keer in mijn leven zag ik de islam die zijn tanden gebruikt om te glimlachen, niet om te bijten.

In Maleisië lazen we in mooie zalen, universiteiten. In Indonesië was het helemaal anders, we lazen op een strand of op een markt, waar we dozen vol groente als podium gebruikten. Of zochten we in een afgelegen dorpje naar een plek met schaduw, zodat de mensen de projectie van de vertalingen van onze gedichten konden zien. In Indonesië lazen we onze woorden voor de oceaan, voor de hoge, blauwe hemel, voor de zingende vogels.

Ach, ik ging naar Indonesië om gedichten voor te lezen, maar ik leerde er hoe ik ze kan schrijven.  Niet met zwarte inkt, maar het licht, met golven. Op een klein eilandje traden we op voor vrouwen van duikers die verdronken waren in de oceaan. We vroegen ons elk uur af wanneer we zouden optreden. In elke straat volgden meer kinderen ons, meer mensen en meer kippen. Ons optreden eindigde bij een grote tafel waar alle soorten vis voor ons gegrild waren. Het was mijn mooiste optreden ooit, niet met mijn mond, maar met mijn maag. Het was een prachtige reis. Daar kwam niet de vraag 'waarom schrijf je?' of 'voor wie?' of 'wat?'. Daar was het leven zelf de dichter.  

Geplaatst op: vrijdag 24 juni 2011