Ga naar de inhoud
NL EN menu

Martijn Knols weg naar een betere wereld

Martijn Knol - foto Menno Vermeulen
Martijn Knol - foto Menno Vermeulen

No English text available

Voor het programma 'A Writers' Utopia', op vrijdag 20 januari in Writers Unlimited in Den Haag, kreeg auteur Martijn Knol de opdracht een 'gebruiksaanwijzing voor een betere wereld' te schrijven. Daarmee opende hij een programma met schrijfster Marja Pruis, dichteres Hagar Peeters en de Congolees/Amerikaanse spoken word artist Omékongo Dibinga. Hieronder de volledige tekst van Martijn Knol.


'You don't need happiness. You need meaning.'

Richard Powers in een vraaggesprek over zijn roman 'Generosity, An Enhancement' (2010)

De weg van de meeste weerstand

1) Het rotte hart van het kapitalisme – tegen spektakel

Er is behoefte aan een betere toekomst – een Utopie, een Utopia – omdat het heden niet voldoet. Voor mij zijn het de industriële revolutie en de verstedelijking en technologiesering die, in het vrije westen, een jaar of honderdzestig geleden zijn ingezet en die leidden tot de suprematie van het kapitalisme, die ons zicht op een betere wereld eerder hebben vertroebeld dan verhelderd.
Nog steeds, om het met een ander beeld uit te drukken, trekt de vrije markt de wereld almaar verder uit het lood.
Het internet en zogenaamde sociale netwerken jagen de economie en het tempo van het dagelijks leven alleen nog maar verder aan. Politici beweren graag dat het internet verbindt – in werkelijkheid is het vooral een instrument om elkaar te gebruiken en te exploiteren. Het internet verandert ons allemaal in bureaucraten, dictators en executeurs: wat je niet bevalt klik je weg.
Vaak gaat internet niet over verbinden maar over uitsluiten.
En alleen facebook wordt beter van facebook. 

De grote vergissing van globalisering en vernetwerking schuilt in termen als global village. De wereld is geen dorp, het kenmerk van een dorp is namelijk dat het uit echte mensen bestaat die elkaar echt kennen. Intimiteit laat zich niet opschalen.
Maar het internet is bijzaak. Het internet is een hoveling die op de troon is gaan zitten – vroeg of laat wordt hij er vanzelf weer afgemept.
Het is het economisch denken dat tussen ons en de Utopie in staat.
De rotte kern van het kapitalisme is de leugen dat geluk en vervulling en betekenis te koop zijn. Geluk is dan: een groter huis, een nieuwe auto, een nieuw apparaatje, een stedentrip en met dat alles: een identiteit.
Kapitalisme verleidt je om empathie, loyaliteit, rust, gemeenschapszin te offeren voor je eigenbelang en om je te spiegelen aan het vermeende geluk van de succesvollen, de rijken, de beroemden. Dat is vals, verwarrend en schadelijk voor onze relaties met anderen.
Werk, activiteit, is geen middel. Het is een doel.
De Utopische samenleving is die waarin je niet wordt opgejaagd om droomgeluk na te streven.
Dat betekent ieder dag revolutie.          
Iedere dag in opstand komen tegen drogidealen.
In het rijkelijk overschatte, slordige, opportunistische en achterbakse De barbaren stelt de gelikte Italiaanse kletskous en auteur van tot literatuur omgekatte kitschromans Alessandro – wiens-brood-men-eet-diens-woord-men-spreekt – Baricco dat de veranderingen die het spektakelkapitalisme met zich mee brengt onomkeerbaar zijn en dat we ons er maar bij moeten neerleggen.
Ik vind dat een slecht idee.
Ik ben tegen meebewegen en relativeren.
Tegen Darwin's aanpassen of uitsterven.
Je kunt ook voor de weg van de meeste weerstand kiezen.
Liever dan in het kamp van Baricco schaar ik me dan ook in dat van David Foster Wallace die in zijn megaroman Infinite Jest invoelbaar heeft gemaakt dat technologie en entertainment (de wapenfeiten van de vrije markt) ons hooguit doen vergeten dat we eenzaam en ongelukkig zijn en ons zo passief maken dat ze onze spirituele en zelfs fysieke dood kunnen betekenen. Foster Wallace toont, ook in zijn andere boeken, dat betekenis niet te koop is, maar dat je iedere dag opnieuw moet proberen om het te verwerven.
Mijn Utopia begint met een collectief ontwaken. Met het ombrengen van de automatische piloot, zodat niemand meer kritiekloos uitvoert wat de tijdgeest hem opdraagt.
De inspanning van de groep zou er uit moeten bestaan grote, valse ideeën geen kans te geven.
Elkaar iedere dag wakker houden.
Dat is de eerste stap op weg naar het restaureren van authenticiteit.  

2) Authenticiteit
Sinds de doorbraak van het postmodernisme in de jaren zestig en zeventig nemen intellectuelen en kunstenaars een woord als authenticiteit alleen nog ironisch, besmuikt of honend in de mond. Voor de massa is er het sentiment van politici, reclamemensen en televisiemakers voor in de plaats gekomen.
Dat is doodzonde.
Want hoon over wat echt is helpt alles wat ons leven de moeite waard maakt naar de klote.
Authenticiteit is geen hol begrip.
Het is lui en bangig en makkelijk om alles altijd af te doen als spel en constructie.
Er bestaan echte gevoelens en sensaties.
Als iemand sterft dan geeft dat nabestaanden echt verdriet. En echt verdriet doet echt pijn.
Ziek zijn is griezelig.
Als je moe bent moet je écht slapen.
En iedereen die wel eens op kraamvisite is geweest, weet hoe moeilijk het is om in de gezichten van jonge ouders te kijken, omdat die zoveel licht verspreiden.
Als iemand die je dacht te kunnen vertrouwen liegt, steelt of een belofte breekt, dan voel je je verraden en vernederd.           
Al die kleine en grotere sensaties, waarden en waarheden vormen de kern van ons leven en ze betekenen alleen iets in kleine verbanden, in relaties met echte mensen.           
Authenticiteit kan opnieuw worden veroverd, gekoesterd en beschermd in een wereld waarin het kleine leidend is. In de echte wereld, in dagelijks contact met echte mensen.

3) Utopia - echt contact met echte mensen
In mijn Utopia laat niemand zich verleiden tot het offeren van zijn empathie, loyaliteit of gemeenschapszin voor rijkdom, roem of succes. Er leven geen grote idealen, geen Amerikaanse of Europese dromen. Geen grootste visioenen.
In mijn Ideale Wereld heeft iedereen grote verwachtingen van het kleine.
Het grote verhaal luidt: klein is groots.
Mijn Utopia is een echte wereld met echte mensen – ingericht volgens de menselijke maat en naar menselijke maatstaven. Dat betekent dat een bedrijf, een werkplaats of kantoor niet groter is dan een flinke familie zodat de mensen die er werken altijd mensen voor elkaar blijven, ze worden nooit productiefactoren.
Mijn Utopia is niet lineair, niet idealistisch, maar cyclisch: de soort, de cultuur, maakt geen ontwikkeling door, alleen het individu (en dat is al enerverend genoeg, kijk maar naar de wendingen je eigen leven).
In mijn Utopia is de plek waar je woont vaak ook de plek waar je werkt; veel mensen wonen dichter bij hun familie en vrienden dan de mensen in onze wereld. Het internet is er niet langer koning, maar weer gewoon hoveling. Dienaar.
Meubels en voedsel en diensten koop je van mensen die je persoonlijk kent en in de ogen kijkt. Mensen koken zelf. En ze eten met familie of vrienden. Aan tafel.
In mijn Utopia is het niet gek om bijvoorbeeld je ouders in huis te nemen als ze gebrekkig worden. Niemand huurt een ander in om zijn badkamer of plee schoon te maken, dat doe je gewoon zelf. Daarom gaan er ook maar weinig mensen naar de sportschool: bewegen doe je toch wel. En niemand heeft behoefte aan de prullaria van het merk Rituals, omdat er vanzelf rituelen en gebruiken ontstaan als je dag in dag uit met elkaar samenleeft.
Niemand hoeft zich te verantwoorden voor zijn geloof, gezinssamenstelling of geaardheid, want er is geen impliciete of expliciete norm – alles is goed, iedereen mag meedoen.
Er zijn maar weinig mensen in analyse en therapie omdat niemand geestelijk wordt verneukt door reclamecampagnes en glossy's die je willen inprenten dat je leven is mislukt als het niet lijkt op de glamoursprookjes van de mainstream.
In mijn Utopia worden dankzij schaalverkleining in de eerste wereld de verschillen met de tweede en derde wereld steeds kleiner. 

Eigenlijk is er in mijn wereld maar een Wet: wakker blijven.
Echt proeven. Echt denken. Echt beminnen.
Elkaar aankijken.
Zonder de automatische piloot is het iedere dag revolutie. 

Wakker blijven. 

Inademen, uitademen.
Dat is mijn Utopia.
De lente ruiken.
De wind op je huid voelen.  

4) Onvolmaakt volmaakt (slot) 
Mijn Utopia is geen wereld waarin ziekte, verdriet, stank en sterfelijkheid worden ontkend of genegeerd, maar waarin die door het leven worden geabsorbeerd.
Mijn Utopia is een Utopia omdat de mensen zich er verzoenen met imperfectie en ontoereikendheid. Want inkrimpen tot de menselijke maat en eerherstel van het echte betekent acceptatie van het imperfecte.
Eigenlijk is mijn Utopia helemaal niet zo spectaculair.
Eigenlijk is het onze wereld minus een hele hoop bullshit.
Misschien is mijn Utopia een tikje saai.
En een beetje onsexy.
Maar dat is nu precies het idee.
Ik heb, zoals gezegd, namelijk grote verwachtingen van het kleine.
Of de bewoners van mijn Utopia gelukkig zijn weet ik niet. Zolang ze maar niet denken dat ze het worden als ze rijker, succesvoller of beroemder zouden zijn. Of als ze nog meer 'vrienden' op facebook zouden hebben.
Geluk is niet iets waar je jacht op maakt of waar je naar streeft.
Je timmert een kast of je bouwt een website.
Je leert vioolspelen of je doet wetenschappelijk onderzoek.
Je studeert een toneelstuk in of je verplant een rozenstruik.
En dan, terwijl je geconcentreerd en toewijd aan het werk bent, ben je het opeens: gelukkig.
Geluk is een zwerfhond die het erf op komt lopen terwijl jij druk bezig bent met het repareren van een hek of deeg staat te kneden in de keuken. 


Martijn Knol, januari 2011

published on: Tuesday 15 February 2011