Inschrijven op de nieuwsbrief

Tijn Wybenga

Tijn Wybenga
Tijn Wybenga

(1993) studeerde met een 9,5 af voor Jazz Compositie aan het Conservatorium van Amsterdam. Met zijn 14 leden tellende Collectief AM.OK (Amsterdams Modern Orkest) slaat Wybenga op een innovatieve manier bruggen tussen hedendaagse jazz-, klassieke- en electronische muziek. Hiervoor werd de jazzpianist, arrangeur en componist genomineerd voor de Rogier van Otterloo Award 2017. In 2015 won Wybenga de eerste prijs op het Prinses Christina Compositie Concours.

(WN 2020)

Archief beschikbaar voor: Tijn Wybenga

  • Winternachten 2020

    Schrijversfeest

    Met: Aad Meinderts, Gideon Samson, Joke Hermsen, Marente de Moor, Noraly Beyer, Oleg Lysenko, Paul Demets, Stefan Hertmans, Tijn Wybenga, Tjitske Jansen

    Het Schrijversfeest is een feestelijk programma met voordracht en muzikale optredens rond de uitreiking van de vier literaire prijzen van de gemeente Den Haag door Robert van Asten, wethouder van Cultuur. Als laudatiogevers ziet en hoort u schrijver en filosoof Joke Hermsen, dichter Tjitske Jansen, klassiek accordeonist Oleg Lysenko en een ode op trompet gecomponeerd door Tijn Wybenga.

    Een vast onderdeel is de finale van het educatieproject Spot on Young Poets: drie finalisten, Haagse scholieren, dragen gedichten voor die ze tijdens workshops op school schreven. De aanwezigen bepalen wie van hen ditmaal de Jonge Campert-prijs wint.

    Schrijver, dichter en essayist Stefan Hertmans ontvangt de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre. Hertmans brak in 2013 bij het grote publiek door met de roman Oorlog en terpentijn. Het boek is een fijnzinnige en intense ode aan zijn grootvader, die opgroeide in armoede, als frontsoldaat diende in de Eerste Wereldoorlog en zijn grote liefde vroeg verloor. Het verdriet daarover verwerkte hij door te schilderen.

    Hertmans behoorde al veel langer tot de gerespecteerde schrijvers van het Nederlandse taalgebied. Sinds zijn debuut in 1981 met het experimentele prozaboek Ruimte heeft hij, volgens de jury, een oeuvre opgebouwd dat vrijwel alle genres bestrijkt. Zijn verzamelde poëzie beslaat ongeveer duizend pagina's. Zijn proza omvat romans, verhalen, een reisboek en essays. Hij schreef ook theaterteksten en publiceerde belangwekkende monografieën over filosofie en beeldende kunst.

    Paul Demets (1966) krijgt de Jan Campert-prijs voor zijn poëziebundel De Klaverknoop, een spetterende bundel waarin elk beeld beladen en betekenisvol is, zonder dat deze poëzie ondoordringbaar wordt. Demets' grote verdienste is dat hij de taal weet te knopen zonder de lezer in te snoeren. Deze gedichten blijven zinderend hangen.

    Marente de Moor (1972) ontvangt de F. Bordewijk-prijs voor haar roman Foon. De tragische pogingen van de mens om de natuur te bedwingen, te begrijpen en te sturen, raken de kern van het oeuvre van De Moor. Er spreekt een grote liefde voor de wetenschap uit en een diep doorvoeld besef van de vergeefsheid van het menselijk streven. Resoluut leidt De Moor haar lezers naar de rand van het bos, in de wetenschap dat er vroeg of laat iets zal gebeuren dat de beren tevoorschijn roept. Foon is een met meesterhand geschreven ideeënroman over de mens die het mysterie van het bestaan steeds moeilijker kan verdragen, van een van de eigenzinnigste auteurs van het Nederlands taalgebied.

    Aan Gideon Samson (1985) is voor zijn boek Zeb. de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs toegekend. De buitenissigheden in Zeb. worden opgediend als glasheldere logica in een verder volkomen realistische omgeving. Ontregeling brengt het vooral aan in de hoofden van de lezers. Die ontregeling is vrolijk, grappig en speels, maar daaronder schuilt een onheilspellend gevoel van vervreemding. Met Zeb. voegt Samson een uniek absurdistisch geluid toe aan de Nederlandse jeugdliteratuur.

    Een programma in samenwerking met de Jan Campert-Stichting / Literatuurmuseum.