Ga naar de inhoud
NL EN menu

Writers Unlimited on tour: verslag van deschrijverstournee door Libanon

Martijn Knol in het Shakar Paleis in Libanon, voorafgaand aan een poëzieavond in de tournee Ways of Dialogue, november 2016 - foto Ton van de Langkruis
Martijn Knol in het Shakar Paleis in Libanon, voorafgaand aan een poëzieavond in de tournee Ways of Dialogue, november 2016 - foto Ton van de Langkruis

Ton van de Langkruis, directeur van Writers Unlimited doet verslag van de schrijverstournee 'Ways of Dialogue', van 14 tot 20 november 2016 in Libanon. Vamba Sherif (Liberia/Nederland), Usha K.R. (India), Martijn Knol (Nederland) en Witold Szablowski (Polen) traden op samen met Libanese auteurs. De tournee werd georganiseerd door Writers Unlimited in samenwerking met PEN Libanon.

DAG 1 - 'WE DON'T TRUST THE WORD DIALOGUE ANYMORE'

Maandagochtend. We zijn in Beiroet, in het land waar nu miljoenen Syrische vluchtelingen worden opgevangen. Vier schrijvers zijn met ons meegereisd voor een literaire tournee door het land: Martijn Knol, Vamba Sherif (Liberia/Nederland), Witold Szablowski uit Polen en Usha K.R. uit India. We maken ons op voor een kennismakingsbijeenkomst. In een zaal in de American University of Beirut ontmoeten we een tiental Libanese schrijvers, onder wie de ook in Nederland bekende Hanaan As-Sjaikh. We worden welkom geheten door schrijfster Iman Humaydan, voorzitter van PEN Libanon, onze organisatiepartner voor deze reis. 'Ways of Dialogue' is het onderwerp van gesprek. Mooie titel dachten we, maar dat is nu de vraag. Voor de Libanezen is het woord dialoog onbetrouwbaar geworden.

Iman Humaydan legt me uit dat Libanon nog steeds niet is toegekomen aan de periode van de burgeroorlog van 1975 tot 1990. 'Toen hoorden alleen maar dat woord roepen. Dialoog, dialoog. Maar het woord kwam altijd van bovenaf. Er kwam helemaal geen dialoog. Mensen spraken niet met elkaar'. En ook nog die eeuwige dialoog tussen Israël en Palestina. 'Hier vertrouwen de mensen dat woord niet meer.'

Toch komt er een prachtig gesprek op gang tussen de schrijvers. Er is geen publiek bij. Met opzet. In een sfeer van vertrouwen leren de schrijvers elkaar kennen. Eerst verbouwen we de zaal want we zijn terechtgekomen in een conferentieopstelling, waarin iedereen ver van elkaar af zit, en je alleen kunt spreken als je een knopje indrukt op de microfoon. De niet-Arabisch sprekenden krijgen een hooftelefoon en horen de Engelse vertaling door de tolken. Als de tafels verschoven zijn, vraagt Iman Humaydan aan de schrijvers om zich voor te stellen hand van een dialoog die ze altijd is bijgebleven. De eerste schrijver geeft een lange monoloog, die je eerder van een socioloog dan van een schrijver zou verwachten. Dan springt een jongere Libanese schrijfster in, en maakt het gesprek persoonlijk. Het komt op gang. Het gaat heen en weer van verhalen uit het gezin tot mislukte pogingen om de dialoog in het conflict Israël/Palestina op gang te brengen.

We zien formele sprekers – de meesten oudere mannen – en informele sprekers, de vrouwelijke schrijvers. Onze internationale schrijvers wachten af met hun reactie. Dan vertelt Vamba Sherif een prachtig familieverhaal uit zijn jeugd over een conflict in de familie, dat hij als jongetje van twaalf had veroorzaakt. Hij was stiekem gaan lezen in de oude handschriften in de familiebibliotheek. Dat mocht pas als je officieel tot volwassen was verklaard. Het leidde bijna tot een scheuring in de familie.

Na de lunch komen de eerste programma's voor publiek. In dezelfde zaal maar nu met toehoorders. Vooral geïnteresseerde studenten. Twee sessies die een ander thema hebben, maar uiteindelijk blijven draaien om de rol van de schrijver en de intellectueel in de tijden van crisis. In tijden van de Syrische oorlog, politieke patstelling in Libanon, verkiezing van Trump. Wat doen schrijvers daarmee? De jonge schrijfster/journaliste Sahar Mandour begint een uitgeschreven betoog voor te lezen – dat is hier toch de gewoonte bij een paneldiscussie. Voor haar is het onmogelijk om in deze tijden een roman te schrijven. 'De dictatuur van de prioriteiten', de onderwerpen die zo sterk op de voorgrond treden, en waar je maar beter journalistieke stukken over kunt schrijven dan ze in roman te vatten. 'Onze ideeën worden gekoloniseerd'. Het kan alleen nog maar gaan over democratie, recht, en alle beloften in tijden van oorlog. 'Romans moeten nu vooral gelezen worden, en niet zozeer geschreven'.

Usha K.R. reageert daarop door een tekstfragment te lezen over kolonisatie van ideeën. En over het dekoloniseren van de geest in India. Witold Szablowski vertelt over zijn nieuwe roman. Hij vergelijkt de politieke ontwikkelingen in sommige landen in Oost-Europa met het lot van 'gepensioneerde' dansende beren. Sinds de toetreding tot EU is er een eind gekomen aan de traditie van dansende beren als vermaak. De nu bevrijde beren worden geleerd om weer in het wild te leven, en om te gaan met hun vrijheid. Dat lijkt goed te gaan, maar uiteindelijk kiezen ze zelf weer voor een geknecht bestaan.

In deze - en in het volgende programma - draait het gesprek uiteindelijk rondom de vraag gaat het gesprek wat schrijvers en intellectuelen kunnen doen in tijden van populisme. Hoe winnen ze het vertrouwen van de massa terug? En daar komt het woord weer: "In een positieve dialoog".


DAG 2 - MIDDELBARE MANNEN MONOLOGEN

Wat is dat toch met ons, mannen van middelbare leeftijd? Op tournee met schrijvers, nu in Libanon, en een half jaar geleden nog in Marokko. Middelbare mannen monologen. Ze zijn niet te harden! Vanmorgen in Beiroet. Een paneldiscussie, onderdeel van onze schrijverstournee in samenwerking met PEN Libanon. Wij zijn op reis met vier schrijvers uit vier landen, en we komen samen met Libanese schrijvers. Eerst een geweldig panel met alleen vrouwelijke auteurs. Behendig, speels, intelligent, inspirerend, open. De Libanese Hanaan As Sjaikh. Usha K.R., schrijfster uit India en een geweldige spreker.

Maar dan komt deel twee. Vijf mannen en een moderatorman. Twee van de vijf van middelbare leeftijd en twee middelbare mannen in wording gedragen zich als pasja's. Ze krijgen het woord, en geven het voorlopig niet meer af. Steken een monoloog af over een onderwerp waarin zij zich – terecht of onterecht – deskundig achten, en nemen zoveel tijd dat ze de andere mannen opjutten om dan toch ook maar een hele lange monoloog te houden, liefst nog langer dan hun voorgangers. En het begon zo mooi. Martijn Knol die in een paar rake penseelstreken zijn visie op het onderwerp uiteenzet, en het illustreert met korte voordrachten uit zijn werk.

Maar de volgende sprekers hebben hun betoog al op papier klaar. Ik probeer in te schatten hoeveel bladzijden het nog duurt. Ik hoop op een moment dat de moderator subtiel kan ingrijpen. Bijvoorbeeld met 'That is an interesting argument you bring in. I am sure that your neighbour would like to react to that!' Maar nee. Het onderwerp: nieuwe media en nieuwe manieren van schrijven. Martijn Knol had zojuist nog gedemonstreerd dat teksten voor sociale media vooral kort moeten zijn.

Ik fluister naar mijn collega 'moet de moderator niet iets doen nu?' Ze probeert met een beroep op cultuurverschillen en plaatselijke tradities mijn ergernis te laten zakken. En zo kom ik om in een toestand die ergens tussen uittreding en slaap zit. De tournee heeft de titel 'Ways of Dialogue'. Kunnen veel monologen samen één dialoog maken? We hebben de rest van de week nog om dat mee te maken.


DAG 3 - APPLAUS ALS EEN KANONSCHOT

We zijn op een middelbare school in in zuid Beiroet. Tachtig leerlingen opeengepropt in een klaslokaal. Onze vier schrijvers Vamba Sherif, Martijn Knol, Witold Szablowski en Usha K.R. zijn uitgenodigd om hier op te treden. Het is de tweede school die we vandaag bezoeken. Op de eerste school ontdekten de schrijvers dat de leerlingen weliswaar bereid waren om te luisteren naar hun voordracht, en hun goed voorbereide vragen wilden stellen, maar liever nog wilden ze hun persoonlijke verhaal kwijt, hun mening delen.

Nu op de tweede school pakken ze het anders aan. Martijn Knol neemt het initiatief. Na de gebruikelijke vragen over het schrijverschap, vertelt hij over de vrijheid die er in Nederland is. Een meisje staat op. Op een besliste toon zegt ze: 'Naar ons wordt niet geluisterd. We willen een toekomst in dit land. We willen echte vrijheid'. Applaus. Dan grijpt een oudere lerares in. Op hoge toon hakte ze stevig in: "Jullie hebben ongekende vrijheid. Dit is een geweldig land. Jullie hebben niets te klagen". Ook zij krijgt applaus, maar het klinkt anders. Het zet in als een kanonschot.

Direct daarna neemt een ander meisje het woord. Zij vertolkt in andere bewoordingen hetzelfde gevoel. Opnieuw applaus, maar het klinkt anders. Welwillender. Weer neemt de oudere lerares het woord, weer op dezelfde dwingende toon. Opnieuw dat harde applaus.

Ik kijk een andere leerkracht aan, degene die deze ochtend heeft georganiseerd. Ze toont zich geërgerd door het optreden van haar collega en geeft me een verontschuldigende blik. Intussen is haar strijdlustige collega aangeschoven bij de tafel waar de schrijvers zitten. Ze probeert nog een keer in te grijpen. Dan gaat de bel. De twee uur zijn om.

Buiten het lokaal drommen de leerlingen om de schrijvers heen. Ik stap op de jonge lerares Engels af en vraag wat dat harde applaus betekende? De leerlingen waren het toch niet eens met haar verhaal? "Nee, natuurlijk niet. Dát applaus was de manier om haar te stoppen".

DAG 4 - IN HET BESCHOTEN PALEIS

We reizen van Beirut naar Aley, een stad in de bergen, 17 kilometer van Beirut op de route naar Damascus. De Libanese kunstenares en schrijfster Zena El Khalil nam het initiatief om hier – voor onze schrijverstournee door Libanon - een poëzieavond te organiseren in de ruine van het Shaker paleis. Het ligt boven op een heuvel op een strategische plek. Het werd in de burgeroorlog gebruikt als uitvalbasis voor de milities van de stad. Sindsdien is er niets meer mee gedaan. Tot nu toe.

We parkeren bij de de oprijlaan. Daar worden we nauwlettend in de gaten gehouden door gewapende militairen. Er is veel publiek. Het is behalve naar de poëzie ook nieuwsgierig naar het gebouw, dat van grote betekenis was voor de stad, en nu een symbool is geworden voor de pijn van de burgeroorlog. We lopen over het puin het paleis in.

Overal kogelgaten, grote gaten in de buitenmuren, van bominslagen. Ze tijdelijk met plasticfolie afgedekt om de kou buiten te houden. Iedereen is warm gekleed. De stoelen voor de bezoekers staan bovenop het gruis en het puin op vloer. Wat er over is van het gebouw is sprookjesachtig uitgelicht. Aan de muur hangen kunstwerken die verscheurdheid uitdrukken.

We worden welkom geheten door de burgemeester. "Ik heb hier ook een tijdje gewoond". Voor de goede verstaander: hij was vooraanstaand lid van de milities die van hieruit de tegenstanders beschoten.

Dan beginnen de voordrachten van onze schrijvers Martijn Knol, Vamba Sherif (Liberia/Nederland), Usha K.R. (India) en Witold Szablowski (Polen), en van studenten en scholieren. Poëzie over oorlog, geweld, vrede en verzoening. Martijn Knol draagt een gedicht voor van Lieke Marsman, 'De eerste letter'. Een andere schrijver kiest voor een gedicht van de Zuid-Afrikaanse Diana Ferrus, 'A Poem without Pretence', waarin de hoofdpersoon zijn moordenaar toespreekt en hem vergeeft nog voor hij sterft. De auteur vertelt hoe hij ooit oog in oog kwam te staan met de moordenaar van zijn moeder. Wat moest hij doen? Vergeven? 'Never' schreeuwt iemand. De schrijver koos voor vergeven en krijgt een applaus.

De strekking van deze en andere gedichten is duidelijk. Dit land kan - na de burgeroorlog van 1975 tot 1990 - niet zonder een proces van verzoening.


DAG 5 en 6 - ANOTHER NICE MESS YOU'VE GOTTEN ME INTO

De laatste twee dagen. We vragen ons af waarom we onderweg in de bus zo verschrikkelijk vaak in een lachstuip terechtkomen. Natuurlijk, we zijn aan elkaar gewend, en de sfeer is heel goed. Maar misschien is het iets anders. Wat we hier meemaken is zo verwarrend dat we een dosis absurde humor hard nodig hebben.

Vrijdagochtend vroeg vertrekken we van Beirut naar Tripoli. Anderhalf uur, en een flink aantal roadblocks later komen we aan in een prachtige stad. We zijn hier om op te treden op de faculteit sociale wetenschappen. Een volle zaal met ruim tweehonderd – vooral - studentes met hoofddoek. Schrijver/socialoog Khaled Ziadeh is is hier docent geweest, en schreef veel over Tripoli. Writing and Memory is het onderwerp van het panelgesprek. Ziadeh neemt de tijd, en laat voor de andere deelnemers bijrollen over. Als hij uitgepraat is richt hij tot zijn smartphone. Onze schrijvers Usha K.R. en Witold Szablowski herkennen het patroon. Dan gaan we de stad in, en mogen we genieten van Ziadeh, nu in de rol van gids. Een betere kun je niet wensen.

We reizen terug naar Beirut, en zien uit naar morgen, als we de hele dag toerist mogen zijn. We gaan naar Baalbek, waar we de prachtige overblijfselen van Romeinse tempels bezoeken. De gids wijst ons op het prachtige landschap. "Kijk, dit is het land van melk en honing, zoals het in de bijbel genoemd wordt". Maar het is ook de plek die bekend is van ontvoeringen van toeristen. Gelukkig houdt onze chauffeur ons goed in de gaten. 'Don't worry, I'm behind you'.

We kijken terug op een fascinerende week. Iman Humaydan, de schrijfster die de organisatie van deze tournee in Libanon leidde, probeert onze verwarrende indrukken te verklaren. Waarom waren die scholieren zo opstandig? Waarom wilde die jonge dichter zo snel mogelijk het land uit? Ze geeft ons de achtergronden. Ze zijn opgegroeid in een verdeeld land, waarin de burgeroorlog van 1975 tot 1990 nooit verwerkt is, bijna stilgezwegen. En de jongeren nemen hun ouders kwalijk dat ze hen in deze situatie gebracht hebben. Ze willen weg. Of ze zoeken hun heil bij islamistische organisaties. Daar vinden ze een nieuwe vader. En thuis willen ze hun moeder niet meer aanraken, en zijn ze hun vader als een loser.

Ik herinner met het gesprek met de jonge dichter. Volgend jaar studeert hij af. 'Wat ga je doen', vraag ik. 'Zo snel mogelijk naar New York'. Hoe lang hij dat al weet. Hij moet even nadenken. Sinds mijn twaalfde. Toen was er de oorlog tussen Hezbollah en Israël. Hezbollah trok west-Beirut in. Toen zag ik de angst in de ogen van mijn moeder, en de paniek van mijn vader. We moesten vluchten. Snel de auto in allemaal. Toen wist ik het. Zodra ik de kans krijg ben ik hier weg.'

Iman vertelt ons over mensen onder ons publiek. Ze zag dingen die wij niet zagen. Ze zag de verschillen tussen de reacties van de bezoekers op onze voordrachten en gesprekken, en verklaart ze voor ons. Voor Iman is duidelijk wie bij welke groep hoort, bij welke religie, welke politieke richting, of welke invloedrijke familie. Alles blijkt hier anders in elkaar te zitten dan we denken. Het wordt steeds complexer. Een week in Libanon is misschien alleen genoeg om er achter te komen dat je niets van dit land begrijpt.

Het is onze laatste dag. 's Avonds laat nemen we afscheid bij een maaltijd in een Armeens restaurant. We klinken op een bewogen week. Lana, de Libanese productieleider van de tournee, heeft tranen in de ogen. Ze zou het liefst met ons mee reizen, het land uit. We zullen elkaar missen.

De volgende ochtend staan de taxi's naar het vliegveld al heel vroeg klaar. Terug naar India, Polen en Nederland.

Ton van de Langkruis, Libanon, november 2016

Geplaatst op: donderdag 24 november 2016