Ga naar de inhoud
NL EN menu

Froukje Santing

Froukje Santing
Froukje Santing

is publicist, journalist en onderzoeker. Ze werkte lange tijd in Turkije voor Nederlandse media, waaronder NRC Handelsblad en het Radio 1 Joournal. Over haar Turkse jaren en haar eerste, moeizame jaren in Nederland schreef ze in het boek Dwars op de Tijdgeest. Hoe ik Nederland aantrof toen ik terugkwam (2012). Ze publiceert nog steeds over ontwikelingen in Turkije en de Turks-Nederlandse gemeenschap hier in veelal De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad.

Archief beschikbaar voor: Froukje Santing

  • Writers Series

    Verkiezing van het mooiste Turkse gedicht aller tijden

    Met: Aynur Kahraman, Veli Bahşi en Sedat Varhan, Fatma Koser Kaya, Froukje Santing, Ibrahim Eroğlu, Kazim Cümert, Meltem Halaceli, Nurnaz Deniz, Tuncay Çinibulak

    Terwijl in Turkije de lokale verkiezingen werden gehouden, verkozen we in Den Haag het mooiste Turkse gedicht. Zeven (Turks-)Nederlandse gasten die werkzaam zijn in de literatuur, theater, journalistiek, wetenschap en politiek droegen hun favoriete gedicht voor en vertelden waarom dit moest worden verkozen. Bezoekers mochten ook hun gedichten voorstellen, en uiteindelijk heeft het publiek het laatste woord gekregen: aan het eind van de avond telden we de stemmen. Een feestelijk avond met poëzie, muziek en Turkse hapjes. De uitslag werd wereldkundig gemaakt tijdens de uitzending van Met het Oog op morgen op Radio 1. Op nummer één eindigde 'Over Leven' van Nazim Hikmet.

    Om het overzichtelijk te houden kozen we de gedichten uit twee verzamelbundels: 'Reisgenoten & wijnschenkers' met gedichten uit het Osmaanse Rijk, en 'Moderne Turkse poëzie' met gedichten uit de twintigste eeuw, samengesteld door o.a. Mehmet Emin Yıldırım en Sytske Sötemann. De bundels zijn tweetalig. Het winnende gedicht:


    Over Leven
    (Yaşamaya Dair)
    Nâzim Hikmet (1901-1963)
    vertaling: Wim van den Munkhof

    1

    Leven is geen grapje,
    je moet in grote ernst leven,
    zoals bijvoorbeeld een eekhoorntje,
    dus zonder daarbuiten of daarna iets extra's te verwachten,
    je moet je dus uit alle kracht voor het leven inzetten.

    Je moet leven serieus nemen,
    dus zo, dat je bijvoorbeeld
    met je armen op je rug gebonden, en je rug tegen de muur,
    of in het lab,
    in een witte jas, met een enorme bril,
    kunt sterven voor de mensen,
    en wel voor mensen die je zelf nooit hebt gezien
    en zonder dat iemand je ertoe dwong
    en ook nog eens terwijl je weet dat het mooiste
    wat je hebt en het meest waarachtige leven is.

    Dus neem je leven steeds zo ernstig op
    dat je bijvoorbeeld nog op je zeventigste olijven plant,
    en dan niet om je kinderen iets na te laten of zoiets,
    maar omdat je niet in de dood gelooft, al ben je bang om dood te gaan,
    en je dus de balans naar leven door laat slaan.


    2

    Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep,
    met de kans niet meer
    op te staan van de witte operatietafel.
    Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan
    toch lach je om een Bektaşi-grap,
    kijk je uit het raam of het gaat regenen
    of wacht je toch ongeduldig op
    de laatste nieuwsberichten.

    Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden
    bevind je je aan het front.
    Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval
    vooroverstort en sterft.
    Je weet dit met een vreemde wrok,
    maar toch ben je razend benieuwd
    hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen.

    Stel, je zit achter tralies,
    loopt al tegen de vijftig,
    en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen.
    Toch koester je de band met buiten,
    met mens en dier, met strijd en wind,
    met alles dus wat zich buiten de muren bevindt.

    Dus in welke toestand, op welke plek ook
    moet je leven als ging je nooit dood...


    3

    Onze wereld koelt af,
    een ster tussen de sterren,
    nog wel een van de kleinste,
    een spikje bladgoud op blauw fluweel,
    die reusachtige wereld van ons.

    Ooit koelt deze wereld af
    en zal niet eens als een ijsklomp
    of een dode wolk,
    maar als een lege notendop wegtollen
    in het eindeloze stikkedonker.

    Nu al daarvan de pijn te dragen,
    de droefenis te voelen.
    Zozeer moet je van deze aarde houden
    dat je kunt zeggen:
    'Ik heb geleefd...'


    De tweede plaats was voor het gedicht İstanbul'u Dinliyorum (Ik luister naar Istanbul) van Orhan Veli Kanık, gevolgd door Cahit Sitki Taranci (Gedicht over vijfendertig jaar) van Otuz Beş Yaş Şiiri. De overige genomineerde gedichten waren Vasiyet (De laatste wil) van Can Yücel, Gazel I van Pir Sultan Abdal's, Ahmet Haşims Parıltı (Schittering), Var (Er is) van Cemal Süreyya, Gazel van Yunus Emre en Hayal Şehir (Stad der verbeelding) van Yahya Kemal Beyatlı.

    De avond werd georganiseerd door Writers Unlimited The Series i.s.m uitgeverij Jurgen Maas. Samengesteld door Judith Uyterlinde (Writers Unlimited) i.s.m. Erhan Gürer, Tuncay Çinibulak en Sytske Sötemann.